Introductie
Neurodegeneratieve aandoeningen zijn aandoeningen waarbij
er door (vooralsnog) onbekende oorzaken neuronen en de verbindingen
teloor gaan. In de Neurologie bestaat er helaas een groot
aantal van dergelijke aandoeningen. Het totaal bedraagt
tientallen. Bekende zijn: de ziekte van Parkinson, MSA,
M. Alzheimer en ALS. De ziekte van Parkinson is voornamelijk
een bewegingsstoornis, ten gevolge van een tekort aan dopamine,
en gekenmerkt door de vier hoofdsymptomen: hypokinesie,
rusttremor, rigiditeit en gestoorde houdingsreflexen. Daarnaast
kunnen er autonome functiestoornissen ontstaan en cognitieve
veranderingen, waaronder stemmingsstoornissen.
Basale gangliën
De basale gangliën bestaan uit de nucleus caudatus
en het putamen (tezamen het striatum geheten), de globus
pallidus, de substantia nigra en de subthalumus. Echter,
grote delen van de thalamus de formatio reticularis en nuclues
rubor, hebben ook belangrijke verbindingen met de basale
kernen, en worden ook wel ten dele als onderdeel hiervan
beschouwd. De basale gangliën zijn structuren in het
brein, waar een groot aantal neuronen geclustered is, die
onder andere de volgende functies vervullen:
-
voor alle basale gangliën geldt,
-in meer of mindere mate-, dat ze de spiertonus inhiberen;
beschadigingen kunnen derhalve leiden tot een verhoogde
spiertonus;
-
het striatum initiëert, regelt en
coördineert intentionele bewegingen, een proces dat
normaal gesproken onbewust gebeurd. Er bestaat een groot
aantal verbindingen met de globus pallidus, de s. nigra,
de thalamus, de cerebrale cortex en tevens de corticospinale
en extracorticospinale banen.
-
de globus pallidus regelt de achtergrondtonus
voor intentionele bewegingen, en krijgt input vanuit zowel
de motorische cortex als het striatum.
Intermezzo
We kunnen ons de basale gangliën voorstellen als een
symfonieorkest, waarbij de dirigent gevormd wordt door het
striatum. De dirigent regelt, zoals het hoort, een fraai
samenspel tussen de globus-pallidus-koper-sessie, de subthalamische-violen
en (een deel van) de thalamus-bassen. Afhankelijk van wensen
van (onder andere) de cortex, kan de dirigent verschillende
muzieksoorten opleggen aan het orkest, waarbij hij dankbaar
gebruik maakt van het grote aantal partituren waaruit gekozen
kan worden. Zo kan hij inzetten met een frivole piano sonate
in D-mineur, L366 van Domenico Scarlatti (1685-1757), de
fraaie baspartij uit het Largo e maestoso van de Scheherazade
van Rimsky-Korsako, of de deinende klanken van het meer
waar Sindbad zijn schip aan heeft toevertrouwd, danwel het
adembenemende vioolkoncert nr.3 van Saint-Saëns. En
net zoals velen van u spontane beweginsneiging kunnen krijgen
bij het aanhoren van dergelijk fraaie klanken, gebruiken
de motorneuronen van de cerebrale cortex de klanken van
het basale-gangliën-orkest als basis voor het uitvoeren,
initiëren en regelen van bewegingen. Een en ander is
geïlustreerd in figuur 18.1.
 |
Als de stroomtoevoer naar de lamp onvoldoende is, is de
dirigent niet meer goed in staat de partituur te lezen,
en functioneert het orkest inadequaat. Het gevolg is de
(klassieke vorm van de) ziekte van Parkinson, waarbij de
s. nigra minder dopamine maakt (ten gevolge van degeneratie
van neuronen in de s. nigra). Er ontstaan onwillekeurige
bewegingen, de tonus verhoogt, willekeurige bewegingen worden
vertraagd uitgevoerd en vele reflexen, waaronder de houdingsreflexen,
kunnen gestoord raken. Als therapeutische optie kan de (onvoldoend
functionerende) accu worden gestimuleerd: bv. met Symmetrel.
Het plaatsen van een hulpaccu is een andere optie: Dopamine
geven. Er zijn ook gezondheidspillen voor het orkest, zoals
Selegiline; effect hiervan is overigens twijfelachtig. Verder
kennen we ook aandoeningen waarbij de lamp stuk is, en of
het orkest ziek (bij multi system atrofie bv. of een bloeding,
een tumor of een ontsteking). Het is duidelijk dat Symmetrel
of dopamine agonisten dan geen effect zullen sorteren.
-
bradykinesie: traagheid bij het starten
van bewegingen en progressieve afname van bewegingsamplitude;
-
tenminste één van de volgende:
-
4-6 Hz rusttremor;
-
rigiditeit;
-
posturale instabiliteit, niet het
gevolg van visuele, vestibulaire, cerebellaire of
proprioceptieve stoornissen;
-
Geen van de volgende:
-
recent gebruik van neuroleptica;
-
cerebellaire of pyramidale tekenen;
-
ernstige autonome stoornissen;
-
supranucleaire verticale blikparese
(m.n. naar beneden);
-
RIP of hydrocephalus;
-
Kenmerken die de diagnose ondersteunen
zijn: progressief beloop. Unilateraal begin en persisterende
asymmetrie
Aanvullend onderzoek
Lab, CT-hersenen. Evt. SPECT of PET (maar waar?)
DD M. Parkinson
Te onderscheiden van de idiopathische vorm van de ziekte van
parkinson zijn de secundaire vormen van Parkinsonisme en de
``Parkinson-plus syndromen'' die verwijzen naar een groep
patiënten met hypokinetische beweginsstoornis die optreden
in het kader van andere neurodegeneratieve aandoeningen.
Tabel 17.1: Differentiaaldiagnose Parkinonisme
| - |
Morbus
Parkinson |
| - |
Medicatie:
neuroloptica, phenothiazinen |
| - |
Intoxicaties:
CO, MPTP |
| - |
Onstekingen:
encephalitis lethargica |
| - |
Stapelingsziekte:
M. Wilson |
| - |
Normal
Pressure hydrocephalus |
| - |
Creutzfeldt-Jakob |
| - |
Parkinson
plus: PSP, MSA, cortico-basale degeneratie |
| - |
Nigrostriatale
degeneratie |
Therapie
Initiële therapie: neuroprotectie waarschijnlijk niet
zinvol. Selegiline (Deprenyl): vertraagt mogelijk tijdstip
van behoefte aan levodopa; ook bestaat een gering symptomatisch
anti-parkinson effect. Als de behandelstrategie erop gericht
is om levodopa behandeling zo lang mogelijk uit te stellen,
kan selegiline wellicht worden voorgeschreven. De volgende
behandelregels zijn deels gebaseerd op informatie van de
cursus bewegingsstoornissen, 1-3 september 2000 (Dr A. Hovestadt)
en komen in grote lijnen overeen met de richtlijnen NvN.
-
Indien mogelijk, niet starten met levodopa.
Bij oudere patiënt is die wel een mogelijkheid. Starten
met een dopamine agonist verdient de voorkeur.
-
Bij milde symptomen: anti-cholinergicum
(Artane/orfenadrine) (met name als tremor op de voorgrond
staat); cave met name indien leeftijd 65, prostatisme,
glaucoom; alternatief: Amantadine (Symmetrel, 100 mg 2dd1,
tot 500 mg/dag);
-
Bij falen anti-cholinergicum: dit staken
en dopamine agonist starten. Opbouwschema varieert per
agonis. Eventueel anti-emeticum voorschrijven omdat tijdens
opbouwfase (met name de 1e maand) misselijkheid kan optreden;
Voorbeelden zijn pergolide (D1,D2, Permax (r), Ropinorol
(D2, Requip), Pramipexol (D2,D1, Sifrol) en Bromocriptine
(D2, Parlodel (r));
-
bij onvoldoende effect van dopamine agonist,
levodopa toevoegen;
-
Indien dopamine-agonist niet verdragen
wordt: levodopa starten. Begin met 62.5 mg, 2dd1, evt
3dd1 eerste een tot twee weken, daarna geleidelijk opbouwen;
-
bij oudere patiënt ( 65) is te overwegen
direct met een dopamine-agonist te starten;
-
Indien gestart is met levodopa, kan een
dopamine agonist worden toegevoegd bij önvoldoendeëffect
en bij responsfluctuaties (zie ook verderop).
Late effecten
Responfluctuaties
Veranderingen in de ernst van de Parkinson symptomatologie,
deels gecorreleerd met plasmaveranderingen van levodopa. Kenmerken
zijn:
- bij de meesten 2-5 jaar na start levodopa;
- initiëel ``wearing-off'' of ``end-of-dose'' effecten:
fluctuaties gerelateerd aan de levodopa inname;
- later: ``on-off effecten'': plotselinge onvoorspelbare
fluctuaties in motorische functie
(``yo- yoing''), niet gerelateerd aan levodopa intake;
- risiko factoren: duur van behandeling met levodopa en
dosering + duur ziekte;
- vaak geassocieerd met andere symptomen: dyskinesieën,
depressie, angst, bradyfrenie.
Bij optreden van wearing-off kan een COMT remmer (entacapone)
worden toegevoegd. Ook kan de standaard levodopa dosering
worden vervangen door een slow-relaese preparaat.
Dyskinesieën
Abnormale, onwilllekeurige bewegingen.
-
"peak-dose dyskinesieën: choreatisch,
ballistisch, stereotyp, relatief weinig vervelend;
-
difasische dyskinesieën: choreatisch,
ballistisch, stereotyp, relatief weinig vervelend;
-
off-period dyskinesieën: dystoon,
pijnlijk, vervelend;
-
mechanismen onduidelijk;
-
behandeling: moeizaam, vaak levodopa en
dopamine agonist.
Bij het optreden van dyskinesieën zijn er verschillende
opties:
-
Probeer de totale hoeveelheid van levodopa
te verlagen en de dosering van de dopamine agonist te
-
verhogen, of begin met toevoegen van een
dopamine agonist, en verminder levodopa dosering;
-
voeg amantadine toe;
-
overweeg clozapine;
-
overweeg apomorphine;
-
overweeg neurochirurgische therapie.
-
cognitieve en neuropsychiatrische verschijnselen:
bv. bradyfrenie, initiatief, dementieel syndroom, hallucinaties
(visueel), stemmingswisselingen;
-
spreek- en slikproblemen;
-
obstipatie.
|